OK, ik snap het Flyer.be maakt gebruik van cookies om de gebruikerservaring te verbeteren. Door verder te surfen ga je akkoord met deze cookies. Je leest er alles over in onze cookie policy.

Gemeenteraadsverkiezingen 2018: alles over correct campagne voeren

Je hebt je kandidaat gesteld voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober. De eerste stap is gezet. Zelf weet je waar je voor staat, wat je wil bereiken en je staat te popelen om erin te vliegen. Maar nu begint het pas… Om de kiezers voor je te winnen, moet je campagne voeren. Hoe doe je dat? Wat mag en wat niet? En hoe zit dat met de sperperiode? We zetten graag enkele zaken voor je op een rij, zodat je goed voorbereid aan je verkiezingscampagne begint.

Sperperiode: do’s en don’ts

Aan elke verkiezingsdag gaat een sperperiode vooraf. Dit is wettelijk bepaald. De sperperiode bij lokale verkiezingen loopt steeds van 1 juli van een verkiezingsjaar tot en met de dag van de verkiezingen. Voor de komende gemeenteraadsverkiezingen is dat dus van 1 juli 2018 tot en met 14 oktober 2018. Tijdens die periode van 4 maanden gelden strikte regels voor het gebruik van bepaalde campagnemiddelen. Partijen, lijsten, kandidaten of derden die voor hen campagne voeren, mogen bijvoorbeeld:

  • geen geschenken of gadgets verkopen of verspreiden (bv. balpennen, ballonnnen, enz.);
  • geen commerciële telefooncampagnes voeren;
  • geen reclamespots uitzenden op radio, televisie of in de bioscoop;
  • geen commerciële reclameborden of affiches verspreiden;
  • geen affiches plakken in een strook van 30 meter naast autowegen;
  • ...

Wat er dan wel toegelaten is?

  • advertenties plaatsen in kranten of op het internet;
  • brieven en verkiezingsdrukwerk huis-aan-huis verspreiden;
  • affiches ophangen op plaatsen die hiervoor door de stad of gemeente zijn voorbehouden;
  • huisbezoeken;
  • activiteiten organiseren, zoals een discussieavond of een barbecue

Ook de overheid moet in haar communicatie rekening houden met de sperperiode. Zo mag ze gedurende die 4 maanden geen naam of afbeelding van een minister, gedeputeerde of burgemeester in haar media gebruiken. Op die manier wil men vermijden dat overheidscommunicatie gebruikt wordt om het imago van een bepaalde politicus of partij te beïnvloeden. Iedereen strijdt met dezelfde wapens.

Wat mag een verkiezingscampagne kosten?

Tijdens de sperperiode is ook het budget, dat je mag spenderen aan een verkiezingscampagne, beperkt. Voor kandidaten (persoonlijk budget) en lijsten (lijstbudget) worden de maximumbedragen sinds dit jaar berekend op basis van het aantal inwoners van de stad of gemeente. Om een idee te geven: het maximumbedrag tot 10.000 inwoners, is 0,80 euro per kiezer. Vroeger baseerde men zich bij deze berekening op het aantal ingeschreven kiezers, maar omdat de kiezerslijsten vaak erg laat werden afgesloten, werd dit aangepast.

Een politieke partij die een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam heeft, mag voor verkiezingspropaganda op gewestelijk vlak niet meer dan 372.000 euro uitgeven. Voor politieke partijen die minder dan 50 lijsten onder hun volgnummer en beschermde lijstnaam voordragen, is dit 340.000 euro.

Na de verkiezingen moeten zowel een kandidaat, een lijst als een partij kunnen aantonen hoeveel hun verkiezingscampagne heeft gekost en moeten ze kunnen bewijzen waar de financiële middelen voor hun campagne vandaan komen. Dit gebeurt via de aangifte van de uitgaven. Het is de lijsttrekker die, uiterlijk op 13 november 2018 (30 dagen na de verkiezingen), de verkiezingsuitgaven aangeeft bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Bij de aangifte wordt ook de herkomst van de middelen gevoegd.

Bepaalde uitgaven tellen niet mee in dit budget voor verkiezingspropaganda, zoals bijvoorbeeld:

  • persoonlijke, niet-bezoldigde diensten;
  • de publicatie in een dagblad of tijdschrift van redactionele artikelen, wanneer dat op dezelfde manier gebeurt als buiten de sperperiode. Bovendien mag het niet gaan om een dagblad of tijdschrift dat speciaal wordt uitgegeven met het oog op de verkiezingen;

  • de uitzending of een reeks van uitzendingen op radio of televisie van verkiezingsprogramma’s, op voorwaarde dat alle vertegenwoordigers van de politieke partijen aan die uitzendingen kunnen deelnemen;
  • de uitgaven in het kader van een normale partijwerking op nationaal of lokaal niveau, meer bepaald voor de organisatie van congressen en partijbijeenkomsten;
  • ...

Meer details over wat wel en niet beschouwd wordt als uitgaven vind je hier.

Giften en sponsoring

De partijen, lijsten en kandidaten die deelnemen aan de lokale of provinciale verkiezingen mogen hun verkiezingspropaganda financieren met giften of mogen zich laten sponsoren. Er wordt een duidelijk verschil gemaakt tussen beide:

  • een gift is een bijdrage door een natuurlijke persoon. Zo kan bijvoorbeeld een goede vriend of familielid beslissen om je campagne een financieel duwtje in de rug te geven. Het bedrag per schenker mag niet hoger zijn dan 500 euro. Gespreid over verschillende begunstigden mag een natuurlijke persoon in totaal maximum 2.000 euro per jaar schenken ter financiering van verkiezingspropaganda. Giften van rechtspersonen of feitelijke verenigingen zijn verboden.
  • sponsoring is een bijdrage door een onderneming, feitelijke vereniging of rechtspersoon. Ook hier werd het bedrag recent beperkt tot 500 euro per sponsor en tot maximum 2000 euro per jaar.

Is het bedrag van een gift of sponsoring hoger dan 125 euro, dan wordt dit verplicht geregistreerd en opgenomen in de aangifte.

De sleutel tot een succesvolle campagne: 3 gouden tips

Er bestaat geen wonderformule voor een succesvolle verkiezingscampagne, maar toch zijn er 3 gouden tips voor de komende gemeenteraadsverkiezingen die we je niet willen onthouden:

  • De klassieke verkiezingsaffiches, die de maanden voor de verkiezingen als paddestoelen uit de grond schieten, blijven een must in een succesvolle campagne. Hou er wel rekening mee dat langs autosnelwegen en gewestwegen bijkomende regels gelden. Zo mag je geen affiches plakken in een strook van 30 meter naast autowegen. In sommige gevallen staat de overheid publiciteit op openbaar domein toe, als de kandidaat de nodige vergunningen heeft of als de gemeente zelf de nodige borden voorziet. In de meeste gevallen is affichering op openbaar domein echter verboden.
  • Het is wellicht geen verrassing, maar in 2018 is het een must om ook online zichtbaar te zijn. Een steeds groter wordende groep kiezers is opgegroeid met het internet en sociale media. Verlies dus de nieuwe media niet uit het hoog. Zo is Twitter is hét kanaal bij uitstek om inhoudelijke partijstandpunten naar voren te brengen. Als politicus is het dezer tijden not done om geen Twitter profiel te hebben. Via YouTube of Facebook verspreid je makkelijk een korte videoboodschap. Video werkt altijd: het is veel persoonlijker dan een foto en valt op tussen de massa aan online boodschappen. Kijk kritisch naar je eigen Facebook profiel en Google jezelf eens om te weten wat er over je gezegd wordt. Je kiezers zullen dit ook doen.
  • Persoonlijk contact blijft essentieel, zeker bij lokale verkiezingen. Wacht niet tot de mensen jou vinden, maar ga zelf naar de mensen toe. Kiezers zijn mondig geworden en verwachten tweerichtingsverkeer. Ga in gesprek en win zo het vertrouwen. Zorg voor een leuk visitekaartje dat je kan meegeven. Of laat een catchy folder drukken, waarin je beknopt jouw standpunten oplijst. Zo blijft die eerste indruk nog een hele tijd hangen.

Even geduld, de pagina wordt geladen.

Loading